Taalsteun in de rekenles
Voor veel nieuwkomersleerlingen die de Nederlandse taal nog aan het leren zijn kan het maken van kale sommen tijdelijk een talige verademing zijn. Ze herkennen de sommen van andere schoolse ervaringen en hoeven even niet allerlei letters te decoderen. Maar alleen kale sommen bereidt ze niet voor op het reguliere Nederlandse onderwijs. Ook zou het hun leerervaring verarmen als we geen taalrijke rekenlessen zouden geven. Daarom willen we dat ook zij leren omgaan met contextsommen en mee kunnen doen met rekengesprekken. Het geven van taalsteun en het inzetten van de thuistaal helpt het talige rekenen toegankelijker te maken.
Bij het voorbereiden van de rekenles is het niet alleen belangrijk om te bekijken hoe het rekendoel bereikt wordt, maar ook om te bedenken welke (reken)taaldoelen van belang zijn. Welke (voor)kennis hebben leerlingen nodig om de rekendoelen én de (reken)taaldoelen te behalen? Bij (reken)taaldoelen moet gelet worden op school- en vaktaalwoorden alsmede eventuele dagelijkste taal die nodig is om de contextsommen te kunnen begrijpen. Sommige nieuwkomers beheersen de rekendoelen al. Voor hen is het vooral van belang om de focus te leggen op de (reken)taaldoelen en hulp te bieden bij het begrijpen van de rekendoelen in een talige context. Andere nieuwkomers moeten beide type doelen nog behalen.
Rekentaal: hoeveel, totaal, kilometer, som, antwoord
Dagelijkse taal: Ellis (naam), rijden (rijdt/gereden), ’s ochtends, ’s middags

Werken met taalsteun in de rekenles kan nieuwkomersleerlingen helpen om rekendoelen én (reken)taaldoelen te behalen. Taalsteun kan gepland aan bod komen én het kan spontaan ontstaan. Geplande taalsteun bestaat onder andere uit het aanbieden van voorbeeldzinnen, illustraties of schematische weergaves van de rekentaal, feedback of pre-teaching van relevante rekentaal, modellen van het gebruik van rekentaal, en het aanmoedigen van interactie tussen leerlingen.

Spontane taalsteun gebeurt wanneer de leerkracht direct inspeelt op behoeftes van leerlingen tijdens de les, zonder dit vooraf voor te bereiden. Bij geplande en ongeplande taalsteun kan de thuistaal een belangrijke rol spelen: laat leerlingen overleggen, zoek relevante vertalingen alvast voor ze op, hang meertalige geïllustreerde posters op of laat leerlingen in een schrift een meertalig rekenwoordenboek bijhouden.
Taalsteun bij contextsommen:
- Bekijk welke taal nodig is voor het maken van de sommen. Denk hierbij aan rekentaal, maar ook aan dagelijkse taal.
- Bedenk hoe de thuistaal effectief kan worden ingezet.
- Zoek of maak verhelderende schetsen/illustraties.
- Model taalgebruik middels hardop denken, steunzinnen of denkstappen op het bord. Zet meertaligheid in.
- Bevorder interactie door leerlingen hun denkstappen te laten verwoorden (in welke taal dan ook) of taaluitingen van leerlingen met rekentaal te herformuleren.
Handige hulpmiddelen bij taalsteun in de rekenles:
Meer lezen over taalsteun?
Smit, J. (2014). En nu in rekentaal! Talige ondersteuning bieden in een meertalige rekenklas. Levende Talen Tijdschrift, 15(3), 28–37.
Luister ook eens naar deze podcast over meertaligheid in de rekenles.
Hanneke Baart | PhD onderzoeker, Translanguaging & Digitale Middelen
Momenteel is deze blog alleen beschikbaar in het Nederlands en Engels. Om het in een andere taal te lezen raden we de vertaaltool DeepL.com aan.
















